Lookwatering 62 2635 EA Den Hoorn (ZH)
Postbus 38 2290 AA Wateringen
Tel. 015-2124143
Fax 015-2147594
E-mail: info@denhaan.nl
Euro Tuinbouw Adviezen C.V.: Horticonsult
Onderzoekslaboratorium en tuinbouwadviesburo
De varenrouwmug is een klein zwartgrijs mugje, dat ook wel humusvliegje of mosvliegje wordt genoemd. De varenrouwmug behoort tot de familie van de Sciaridae en tot de orde van de Diptera. Tot deze orde behoren tevens de huisvliegen en de muggen. De belangrijkste soorten in de tuinbouw zijn Lycoriella auripila (de champignonmug), Sciara prothalliorum (de varenrouwmug) en Bradysia Paupera. De varenrouwmuggen, Sciara prothalliorum, zijn vrijwel over de hele wereld bekend.
Varenrouwmuggen in de teelt van orchideeën: een probleem?
De varenrouwmug komt zeer veelvuldig voor in de Nederlandse kassen. Op elke vangplaat zijn wel een aantal van deze muggen aanwezig. In de praktijk veroorzaken de volwassen varenrouwmuggen nauwelijks schade. Ook de larven leven vooral van algen, schimmels en rottend materiaal. Bij de teelt van orchideeën ligt dit echter anders. Met name bij de opkweek van jong plantmateriaal kunnen de larven in zulke enorme hoeveelheden voorkomen dat ze zich te goed doen aan de zachte jonge wortelpunten. Dit zorgt voor een forse groeiremming, wat resulteert in veel schade voor de tuinder. Kortom, de varenrouwmug kan een probleem zijn in de teelt van orchideeën, maar is het  probleem ook te beheersen?
De volwassen varenrouwmuggen zijn zwartgrijs van kleur, 2 tot 5 mm lang en hebben lange kraalachtige antennen. De volwassen mugjes kunnen massaal in de kas voorkomen maar veroorzaken geen schade aan het gewas. Met name wanneer het warm en vochtig is in de kas kunnen enorme populaties zich eenvoudig ontwikkelen. Ze komen dan ook veelvuldig voor op vangplaten, waarbij ze dan opvallen door de lange poten en een puntig achterlijf. In hun korte leven (ongeveer 3 dagen) wordt geen voedsel opgenomen. De vrouwelijke varenrouwmug paart enkele uren nadat ze uit haar pop is gekropen, waarna ze in haar korte leven zo' n 100-200 eieren zal leggen. De kleine eieren worden afgezet op vochtige grond of substraat, meestal in de buurt van rottend materiaal, mossen of algen. Afhankelijk van de temperatuur komen de eieren na 4 tot 12 dagen uit. De eieren zijn zeer klein en niet met het blote oog waarneembaar.
De larven variëren in grote van 5-8 mm. Ze zijn glazig wit van kleur en hebben een herkenbare zwarte kop. De larven hebben geen poten. De duur van het larvestadium is afhankelijk van de temperatuur en kan variëren van 15 dagen tot 30 dagen.
De larven leven voornamelijk van rottend organisch materiaal, algen en schimmels
Onder zeer vochtige omstandigheden voelt de varenrouwmuglarve zich op zijn best. Ze kunnen echter een periode van droogte ook prima overleven. Een continue produktie van planten, waarbij voortdurend jong plantmateriaal in vers groeimedium in de kas wordt bijgeplaatst houdt de aantallen varenrouwmuggen hoog en is ideaal voor de ontwikkeling van de populatie in de kas. Bij de teelt van orchideeën zijn de omstandigheden optimaal voor varenrouwmuggen; het is warm, vochtig en er wordt geteeld op een luchtig substraat. De varenrouwmuglarven zullen bij deze omstandigheden veel schade aan de zachte groene wortelpunten en haarwortels van de orchideeën veroorzaken. Hierdoor ontstaan wonden, waarna een secundaire infectie door bijvoorbeeld schimmels kan optreden. De larven zijn in staat om sporen van bodemschimmels zoals bijvoorbeeld Verticillium spp., Pythium spp., Cylindrocladium spp., of Thielaviopsis spp. over te brengen. Bovendien wordt de groei en de ontwikkeling van de plant geremd doordat de wortelpunten worden aangevreten. Met name jong plantmateriaal en verzwakte planten zullen verder verzwakken, verwelken en in ernstige gevallen sterven doordat de wortels van de planten geen water en voedingsstoffen op kunnen nemen. Het is goed mogelijk dat de eieren, larven of poppen van de varenrouwmuggen al in het substraat (bark, kokos of andersoortig natuurprodukt) aanwezig zijn voor de teelt feitelijk gestart is. Echter de schade kan ernstiger uitpakken wanneer het substraat voor de teelt is gesteriliseerd, doordat het totale evenwicht in het substraat dan wegvalt en de varenrouwmuggen in het substraat "vrij spel" krijgen.

Uiteindelijk ontwikkelen de larven zich in een pop. De verpopping vindt plaats in de grond. De poppen zijn bruingrijs van kleur en zijn 3 tot 6 mm groot. De poppen komen na 4 tot 8 dagen uit en worden een volwassen varenrouwmuglarve. Een eenvoudige methode om de larven op te sporen is het uitleggen van kleine aardappelplakjes (1x1x0,5 cm). Deze aardappelplakjes dienen dan op het oppervlak van het substraat of potgrond worden gelegd. De aardappelplakjes moeten gedurende 4 uur onaangeroerd blijven liggen. Vervolgens kunnen de larven geteld worden op en onder de aardappelplakjes. Met dit simpele testje kan worden bepaald waar de larven zich ontwikkelen en of een bestrijding heeft gewerkt.
Beheersen en bestrijden:
Voor dat er een gerichte bestrijding kan worden uitgevoerd, zal eerst moeten worden bepaald dat u te maken heeft met varenrouwmuggen. Een deskundige kan u assisteren met het vaststellen of u een aantasting met deze insekten in uw teelt heeft. De larven van de varenrouwmuggen kunnen zowel chemisch als biologisch worden bestreden. De volwassen insekten kunnen alleen chemisch worden bestreden. Daarvoor kan een ruimtebehandeling worden uitgevoerd met een synthetisch pyrethroïde zoals Decis (deltamethrin) of Permasect (permethrin).
Om de larven te bestrijden kunnen verschillende chemische middelen worden ingezet zoals Curater (carbofuran), Decis (deltamethrin), Permasect (permethrin), Nomolt (teflubenzuron) of Asepthion (parathion (ethyl)). De chemische middelen hebben een directe werking en doden de larvenstadia in de grond. Voor de biologische bestrijding wordt meer geduld van u verwacht. Er zijn veel verschillende mogelijkheden voor de biologische bestrijding. Bij elke biologische bestrijder kost het tijd om de populatie in de grond of substraat op te bouwen en een "natuurlijk" evenwicht in te stellen. Een tussentijdse behandeling met een chemisch bestrijdingsmiddel heeft in de meeste gevallen een negatief effect op de opbouw van de populatie van de biologische bestrijders. Bijna alle chemische middelen doden 1 of meerdere stadia van de biologische bestrijders.
Als biologische bestrijder kunt u roofmijten of nematoden inzetten. Deze laatste worden in de praktijk ook wel aaltjes genoemd. Beide natuurlijke bestrijders leven van de larven van de varenrouwmug en veroorzaken geen schade aan het gewas. De roofmijten behoren tot de soort Hypoaspis miles of tot de soort Hypoaspis aculeifer en leven van de eieren, de larven en de poppen van de varenrouwmug.
Deze grondroofmijten hebben een voorkeur voor de kleinere larven van de varenrouwmug en leven daarnaast ook van thripspoppen, aaltjes en springstaartlarven. De bruine volwassen roofmijten zijn ongeveer 1 mm lang. Ze zijn terug te vinden in een bodem met een losse structuur. Ze komen zelden voor in de planten. De minimale overlevingtemperatuur van de roofmijten is 15 ºC. De roofmijt is het meest actief in een licht vochtige bodem. De roofmijten kunnen uitgestrooid worden over de grond of substraat. Onder normale omstandigheden is een jaarlijkse dosering van 100 roofmijten per m2 voldoende. Het is vrij eenvoudig om te controleren of de roofmijten nog in het substraat aanwezig zijn. De roofmijten houden zich vaak op aan de buitenzijde van het wortelgestel. Wanneer de pot van het wortelgestel wordt gehaald, kunt u de roofmijten weg zien schieten tussen de gronddeeltjes. Ook kan een kleine hoeveelheid substraat of mos uitgelegd worden op een witte ondergrond. Na enige tijd komen de roofmijten te voorschijn. De roofmijten worden vaak gezien als een aanvulling op een behandeling met insektparasitaire nematoden.
Insektparasitaire nematoden zijn zeer klein, ze zijn alleen onder de microscoop waarneembaar. De nematoden die de larven van de varenrouwmug kunnen parasiteren behoren tot het geslacht Steinernema. De meest gebruikte soort is Steinernema feltiae. Deze nematode wordt ook in Nederland in de vrije natuur algemeen waargenomen.
Het larven stadium van Steinernema gaat actief opzoek naar de larven van de varenrouwmug. De nematoden dringen de varenrouwmuglarven binnen door lichaamsopeningen, maar soms dringen de nematoden door de huid van de varenrouwmug naar binnen. Steinernema leeft in symbiose met bacteriën. Deze bacteriën worden in een blaasje achter de slokdarm opgeslagen. Als de nematode een larve van de varenrouwmug is binnengedrongen zullen de bacteriën het lichaam van de nematode verlaten en zich massaal vermeerderen. Hierdoor wordt de larve binnen 24 uur gedood. De nematoden doen zich te goed aan de “bacteriekweek” en zullen zich op hun beurt massaal vermeerderen. Nadat de nematoden enige generaties in de larve hebben doorgebracht zal weer een infectieus stadium van de nematode worden gevormd. Dit stadium zal weer op zoek gaan naar een nieuwe varenrouwmuglarve. Een geparasiteerde varenrouwmuglarve wordt bruingeel van kleur en verslijmt. Ze zijn meestal erg lastig terug te vinden tussen het substraat. Het beste resultaat wordt gehaald wanneer de grond een temperatuur heeft van 13 - 25 ºC en zeer vochtig is. De nematoden worden in preparaten op de markt gebracht. Deze preparaten zijn eenvoudig op te lossen in water en kunnen dan met de gieter, regenleiding, rugspuit of motorspuit worden verspreid.

Goede resultaten met biologische bestrijding worden gehaald wanneer de populatie varenrouwmuggen niet te groot is. Start daarom vroegtijdig met het waarnemingen in het gewas en op de vangplaten. Bij een forse aantasting met varenrouwmuggen is het aan te bevelen om eerst met een chemisch middel in te grijpen waarna een biologisch middel kan worden ingezet om de varenrouwmug populatie onder controle te houden. Een combinatie van roofmijten en insektparasitaire aaltjes geeft daarbij een zeer goed resultaat. Volg bij een behandeling met een chemisch of biologisch bestrijdingsmiddel altijd de instructies op de verpakking van het middel. Kortom met de voorhanden zijnde biologische- en chemische middelen is de populatie varenrouwmuggen in de teelt van orchideeën goed beheersen.

De auteuris werkzaam als planteziektenkundige bij Relab Den Haan B.V. In Den Hoorn. De auteur kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele schade voortkomend uit deze informatie.

Literatuur:
English website
English website